UWV verstrekt minder nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren

UWV verstrekt minder nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren

UWV verstrekt minder nieuwe WW-uitkeringen aan jongeren

Het aantal jongeren dat een nieuwe WW-uitkering aanvraagt bij UWV is de afgelopen periode met 12% gedaald. Met name vanuit de bouw- en zorgsector doen minder jongeren een beroep op een uitkering.

Dit blijkt uit het rapport Basiscijfers Jeugd dat SBB en UWV vandaag uitbrengen. Uit de cijfers blijkt dat het aantal studenten dat een beroepsopleiding met een combinatie leren en werken (bbl) kiest verder gedaald is tot 97.473. De zorg is de sector met de meeste mbo-studenten en -gediplomeerden.

 

In het afgelopen half jaar verstrekte UWV 50.150 nieuwe uitkeringen aan jongeren tot 27 jaar. Dit is een afname met 7.000 in vergelijking met dezelfde periode vorig jaar. De daling was het sterkst vanuit de bouwnijverheid (-37%) en gezondheidszorg, welzijn en cultuur (-31%). De aantrekkende bouwsector en de zorg, waarin de banenkrimp tot stilstand is gekomen, zorgen voor de sterk dalende instroom in deze sectoren. Alleen in de sector vervoer en opslag en in de detailhandel nam het aantal nieuwe uitkeringen licht toe. In de detailhandel, waarin relatief veel jongeren werkzaam zijn, hebben de recente grote faillissementen gezorgd voor een toename van de nieuwe uitkeringen.

Aantal mbo-studenten nagenoeg stabiel
SBB meldt dat het totaal aantal mbo-studenten in 2015-2016 nagenoeg stabiel is gebleven in vergelijking met het voorgaande studiejaar. In het huidige schooljaar volgen 475.180 studenten een mbo-opleiding. Het aantal studenten dat een beroepsopleidende leerweg (bol) volgt is licht gestegen naar 377.707.

Het aantal studenten dat een beroepsopleiding met een combinatie leren en werken (bbl) volgt, is verder gedaald met 3% tot 97.473. De zorg is de sector met de meeste studenten en gediplomeerden, gevolgd door gastvrijheid, retail, welzijn, groen en metaal en metalektro.

Mbo-vacatures stijgen voor orde en veiligheid, mobiliteit, bouw en zorg
Uit cijfers van SBB blijkt dat er in de periode september 2015 tot en met februari 2016 in Nederland 157.490 mbo-vacatures waren, 5% minder dan in dezelfde periode vorig jaar. Ondanks de daling van het totaal aantal ontstane mbo-vacatures groeide het aantal mbo-vacatures in onder meer de richtingen orde en veiligheid (+64%), bouw (+25%), mobiliteit (+22%) en zorg (+14%) sterk.

De regio’s Zaanstreek-Waterland, Rijk van Nijmegen, Zuid-Kennemerland en IJmond kenden de grootste toename van het aantal voor mbo’ers geschikte vacatures. De grootste dalingen zijn te vinden in de regio’s Groningen, Friesland, Helmond–De Peel en Flevoland. Jongeren die nu starten met een mbo-opleiding hebben een goed baanperspectief als zij kiezen voor de richtingen mbo-verpleegkunde, manager retail en kok.

Eind maart 2016 stonden er bij UWV 97.600 jongeren tot 27 jaar als werkzoekende geregistreerd. 48% van deze jongeren is laagopgeleid en heeft geen startkwalificatie, 9% is hoog opgeleid. UWV verstrekt bijna 37.000 lopende WW-uitkeringen aan jongeren. Jongeren hebben bij ontslag niet altijd recht op WW. De dynamiek in de WW is bij jongeren daarnaast groter dan bij de oudere leeftijdscategorieën, omdat jongeren vaker een flexibel contract hebben en een korter arbeidsverleden. 

Laagopgeleide werknemer weinig bezig met duurzame inzetbaarheid

Laagopgeleide werknemer weinig bezig met duurzame inzetbaarheid

Laagopgeleide werknemer weinig bezig met duurzame inzetbaarheid

Panteia heeft in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een onderzoek uitgevoerd naar investeringen van werkgevers in de duurzame inzetbaarheid van laagopgeleide werknemers.Uit het onderzoek blijken twee belangrijke ontwikkelingen waarmee Nederlandse beleidsmakers in toenemende mate worden geconfronteerd: de vergrijzing van de beroepsbevolking en de toepassing van technologische innovaties in het arbeidsproces.

De verwachting is dat beide ontwikkelingen nadrukkelijk hun stempel zullen drukken op de economische en maatschappelijke ontwikkelingen tijdens de komende decennia. Door vergrijzing neemt het aantal werkenden ten opzichte van het aantal gepensioneerden af. Hierdoor komen delen van het sociale zekerheidsstelsel in toenemende mate onder druk te staan. Ook verouderen eerdere vaardigheden en kwalificaties door technologische ontwikkelingen.

Panteia voerde dit onderzoek uit aan de hand van casestudies bij 16 bedrijven in 4 sectoren waar veel laagopgeleide werknemers werkzaam zijn. Daarnaast is een aantal statistische data-analyses uitgevoerd op de databestanden van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) en de Werkgeversenquête Arbeid (WEA).

De uitkomsten benadrukken dat veel laagopgeleide werknemers weinig bezig zijn met hun eigen duurzame inzetbaarheid. Werkgevers zijn in beginsel gemotiveerd om activiteiten te ontplooien die de duurzame inzetbaarheid vergroten, maar worden weerhouden om te investeren op het moment dat er geen financiële ruimte is, of als blijkt dat de werknemer ongemotiveerd is. Daarnaast komt naar voren dat O&O-fondsen een specifieke rol kunnen spelen bij het scheppen van financiële ruimte om te investeren in duurzame inzetbaarheid.

 

Regio wordt nog een hype

Regio wordt nog een hype

Regio wordt nog een hype

Nu de besluitvorming zich steeds meer naar de regio verplaatst, is het noodzakelijk om de huidige bestuurlijke structuren goed onder de loep te nemen. De aandacht moet worden gericht op het doel van regionale samenwerking, de capaciteit die wordt ingezet en de steun die daarvoor is.

Volgens hoogleraar Regional Law and Governance Martijn Groenleer speelt de regio een steeds belangrijkere rol in respons op complexe maatschappelijke vraagstukken en opereert als spin in het web tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen en burgers.

Het belang van de regio is de afgelopen maanden in diverse adviezen onderstreept, zoals in ‘Maak verschil’ van de Studiegroep Openbaar Bestuur. Binnenkort starten vier proeftuinen om met de aanbevelingen vanuit dat advies (de inhoud centraal, daarna kijken naar de bestuurlijke inrichting en werkwijze) aan de slag te gaan.

De ervaringen die met de proeftuinen worden opgedaan, worden verwerkt in een gezamenlijk advies aan (de informateur van) een volgend kabinet en de minister van Binnenlandse Zaken.

Bijna 30% technisch opgeleide vrouwen werkt in techniek

Bijna 30% technisch opgeleide vrouwen werkt in techniek

Bijna 30% technisch opgeleide vrouwen werkt in techniek

Jonge hoogopgeleiden zijn minder vaak technisch geschoold dan tien jaar geleden. Onder deze technici zijn vier keer zoveel mannen als vrouwen. Bijna 30 procent van de vrouwen en bijna de helft van de mannen met een hogere technische opleiding gaat aan de slag in een technisch beroep, aldus het CBS.

 

Jonge mannen met een afgeronde technische opleiding in het hoger onderwijs kiezen vaak voor andere beroepen dan jonge vrouwen met een dergelijke opleiding. Van de 55 duizend mannen tussen 25 en 35 jaar die een technische opleiding afgerond hebben, had 47 procent een technisch beroep. Zij werken vaak als ingenieur of technicus op het gebied van bouwkunde of natuur. Onder de 15 duizend technisch opgeleide vrouwen had 29 procent een technisch beroep, vaak als ingenieur of architect.

Docent Ondernemerschap Jordy van Schijndel winnaar Beste rekenidee mbo!

Docent Ondernemerschap Jordy van Schijndel winnaar Beste rekenidee mbo!

Docent Ondernemerschap Jordy van Schijndel winnaar Beste rekenidee mbo!

Jordy van Schijndel van Helicon MBO Geldermalsen won de wedstrijd ‘Beste rekenidee mbo! 2016’. Zijn inzending was een motiverende rekenactiviteit in de vorm van een bordspel als een combinatie van Monopoly en Mens-erger-je-niet. Spelers, leerlingen moeten in een race tegen de klok rekenopgaven oplossen.

Wedstrijd

Bevlogen docenten zijn nodig om leerlingen voor rekenonderwijs te motiveren voor rekenonderwijs en creatieve lesmethoden helpen daarbij. BVMBO (beroepsvereniging opleiders mbo) stimuleert met de wedstrijd docenten in hun werk. Vanaf 14 maart (internationale pi-dag) tot 9 mei  konden innovatieve en creatieve ideeën of voorbeelden voor rekenonderwijs worden ingestuurd via de website van BVMBO.

Er waren meer dan veertig inzendingen die door de jury worden beoordeeld. De jury bestond uit rekenexperts, de Leraar van het jaar 2015, de Landelijke ambassadeur mbo 2015 en een bestuurslid van de studentenorganisatie JOB. Zij beoordeelden de ideeën op onder andere uitwerking, uitvoerbaarheid en originaliteit.

ALM Conference begin juli ’16 Ierland

Winnaar Jordy van Schijndel gaat met twee andere bedenkers van beste rekenideeën naar de ALM Conference van 3-7 Juli in Maynooth (Ierland). Ze ontvingen van minister Bussemaker hiervoor een certificaat. De ALM is de internationale zusterorganisatie van het Platform Rekendocenten en organiseert jaarlijks een internationale conferentie over rekenen in het beroepsonderwijs. De prijswinnaars van het Beste rekenidee mbo mogen hier hun beste rekenidee presenteren.